Waterral en Cetti’s zanger: de vogels van deze winter

april 2023

Cetti's zanger in een wilg. Kleine vogel met lichtgrijze voorkant en donkerder grijze vleugels en staart, snaveltje open.
Cetti’s zanger, foto: Adri de Groot

De afgelopen winter zijn de tellers van Vogelwerkgroep Cronesteyn er weer op uitgetrokken om de watervogels te tellen voor Sovon. Dat is de organisatie die met duizenden vrijwilligers de ontwikkelingen in aantallen en verspreiding van vogels in kaart brengt om inzicht te krijgen in de oorzaken van deze veranderingen. Als de weersomstandigheden gunstig zijn heb je als teller geluk, maar als het opeens gaat regenen en je aantekeningen nat worden vraag je je af waar je mee bezig bent. Maar ja, voor het goede doel!

Ganzen en eenden

Waterral op een dun laagje ijs. De rug is bruin met zwarte streepjes, de kop en borst grijs, de onderbuik zwart en wit gestreept. Snavel is roodachtig.
Waterral, foto: Adri de Groot
(vogeldagboek.nl)

Nederland is een belangrijk gebied voor overwinterende en doortrekkende watervogels en dat is ook in Cronesteyn, ondanks zijn bescheiden afmetingen en de omgeving van snelweg en stad, goed te zien aan de grote aantallen ganzen en eenden. Als het op kleur aankomt trekken vooral de soms honderden smienten de aandacht; minder talrijk, maar even kleurrijk zijn de slobeenden en wintertalingen. De laatste twee zijn op de Rode Lijst van bedreigde soorten beland.

Wat vraagtekens opriep was de grote groep boerenganzen die al jaren in de weilanden verblijft, maar ineens in aantal bleek afgenomen. Vorige zomer lagen er als gevolg van de vogelgriep al diverse dode boerenganzen in het water, maar in november werd een groep van 10 tot 15 boerenganzen regelmatig langs het Rijn-Schiekanaal gezien. Intussen zijn ze daar ook weer weg.

Waterral, dodaars en ijsvogel

Dan zijn er iedere winter weer waarnemingen die je doen beseffen waarvoor je eropuit trekt. Zoals een watervogel die zich goed laat horen maar nauwelijks laat zien: de waterral. Hij trekt zich bij ontdekking snel terug in het riet. Als je het gegil van een mager speenvarken denkt te horen, is het een waterral. Wie er de tijd voor neemt, maakt kans hem uit het riet te zien komen.

Een watervogel die ook weer is gesignaleerd is de dodaars, onze kleinste futensoort. Die zul je ook niet makkelijk zien, want hij duikt snel onder als er mensen aankomen. Wel kan ook hij zich overduidelijk laten horen, vooral in de paartijd. Het is een broedvogel van ondiepe zoetwaterplassen, die van vis en kleine waterdieren leeft. Wie weet of het in Cronesteyn nog eens tot broeden komt. De dodaars is een standvogel, afhankelijk van temperatuur en sneeuw en ijs, maar hier kunnen we in de winter ook vogels uit Zweden en Denemarken aantreffen, waarbij ‘onze’ dodaarzen verder naar het zuiden afzakken.

IJsvogel in het groen. Kleine vogel met grote snavel, felblauwe vleugels en deel van de kop, oranje borst.
IJsvogel in Cronesteyn, foto: Maaike Westra

Voor veel mensen is het zien van een ijsvogel een topervaring. Bij het horen van zijn fluitende roep word je al alert en als je dan ook nog een blauwe flits voorbij ziet komen hoef je niet meer te twijfelen. Onze winters kunnen voor ijsvogels riskant zijn: een periode met dichtgevroren plassen en sloten kan veel slachtoffers maken. In Cronesteyn zijn het afgelopen jaar geen broedgevallen waargenomen, maar wie weet wordt er dit jaar weer een nestgang uitgegraven in een oeverwand zoals we in voorgaande jaren ook hebben gezien.

Zangvogels

Er zijn de hele winter ook zangvogels die niet wegtrekken, maar hier zachte winters zonder veel problemen doorkomen. Of wel wegtrekken naar het zuiden zoals roodborstjes, maar hun plaats laten innemen door soortgenoten uit Scandinavië en Rusland.

Wat waren er de afgelopen winter voor opmerkelijke waarnemingen? Cetti’s zanger heeft zich de laatste jaren in hoog tempo over het westen van Nederland verspreid en gedraagt zich nu als standvogel. Al zal hij het moeilijk krijgen in een winter met meer vorst en sneeuw. Zijn kenmerkende explosieve zang is deze winter voor het eerst regelmatig in Cronesteyn gehoord. Als je even rustig blijft staan is er kans dat hij zich ook laat zien.

Voor wie goede ogen en oren heeft waren goudhaantjes en vuurgoudhaantjes deze winter regelmatig te zien. Om ze goed te kunnen horen moeten hun hoge tonen wel binnen het bereik van je gehoor liggen. Hetzelfde geldt voor boomkruipers; deze eerste klas klimmers zijn minder goed zichtbaar, maar vallen wel op als ze tegen de schors van een boom op klimmen.

Een vogel die je flink kan laten schrikken als hij plotsklaps met klepperende vleugelslagen opvliegt is de houtsnip. Er zijn een aantal waarnemingen gedaan en dat vraagt om alertheid, want ze zijn zo verdwenen. Maar wel een sensatie als je deze wat plompe en bruine steltloper ziet vliegen met zijn typische vertraagde en stijve vleugelslag. Watersnippen, de kleinere uitvoering, waren ook te zien, al moet je heel goed kijken om ze te kunnen zien als ze in een oeverrand foerageren of rusten en bijna wegvallen tegen de achtergrond.

Lepelaars en reigers

In het Landgoedbos waren in februari al blauwe reigers met takken aan het slepen. Inmiddels is er een continue bedrijvigheid gaande en zijn de lepelaars eveneens tot actie overgegaan. Veel nesten zijn moeilijk te zien door de klimop die tot hoog in de bomen groeit, maar het witte verenkleed van de lepelaars helpt ze snel in het vizier te krijgen. Het actueelst zijn de gesignaleerde grote zilverreigers tussen de nestelende reigers en lepelaars. Gaan we nu meemaken dat ook zij hier gaan broeden?

Terugkijkend op de winter zat deze vol met waarnemingen die vooral gedaan zijn door mensen die vaak in het polderpark komen en goed om zich heen hebben gekeken. Maar ook iemand die er weinig komt, kan verrast worden met een bijzondere waarneming.

Edward Sodderland