Pagina bekijken

Nieuwsbrief Stichting Groen Cronesteyn
mei 2022

De nieuwsbrief heeft deze keer wat vertraging opgelopen en dat kwam vooral doordat we zo druk bezig waren 🙂 In eerste instantie natuurlijk met de petitie tegen het plan voor Discgolfpark Cronesteyn, die we begin februari hebben gelanceerd. In minder dan twee weken hadden we meer dan 9000 handtekeningen: heel veel dank voor jullie steun! Vervolgens liet het college van B&W weten dat het de discgolfers bij nader inzien had afgeraden een vergunning aan te vragen. Na al het gedoe rond het Roomburgerpark (waar het laatste woord nog niet over gezegd is) en ook door de pandemie is het niet vreemd dat veel Leidenaars voor onze parken in de bres springen. Ook een aantal politieke partijen hebben de bescherming van de Leidse parken in hun verkiezingsprogramma opgenomen. In samenwerking met de beschermers van andere parken zijn we daar dus een plan voor aan het smeden.

Stormschade

De stormen van afgelopen februari hebben ook in Cronesteyn een zware tol geëist. Tientallen bomen zijn omgevallen en natuurlijk zijn er ook grote takken afgebroken. De gemeente heeft de gevaarlijke situaties in overleg met ons netjes opgelost; later dit voorjaar gaan we met mensen van de gemeente kijken wat voor bomen er waar kunnen worden geplant als compensatie. Tijdens de eerste kolonietelling van de blauwe reigers zag Vogelwerkgroep Cronesteyn dat er in het Landgoedbos nogal wat reigernesten verdwenen waren. Grappig genoeg zijn er ook nesten bewaard gebleven die al vele jaren worden hergebruikt.

Plannen in en rond het park 

Achter de schermen gaat ook het overleg over de uitvoering van het beheerplan door. Zo hebben we met stadsecoloog Wouter Moerland en ontwerper Karen Jansen plannen gemaakt voor de aanleg van een paddenpoel 🙂
Vanuit de Regionale Energiestrategie (RES) ligt er een plan om twee tot vier windturbines op het grondgebied van Zoeterwoude te plaatsen. Mogelijk komen ze vlak bij Polderpark Cronesteyn, dus er zitten mensen van de Stichting en de Vogelwerkgroep in de klankbordgroep die over de plannen meepraat.

Vrijwillig beheer

Natuurbeheergroep Cronesteyn heeft afgelopen winter weer hard gewerkt, vooral aan het knotten van wilgen. Door de pandemie was er nogal wat achterstallig onderhoud. De gemeente heeft de vrijwilligers op de laatste werkdag als dank een lunch aangeboden. In de loop van het voorjaar gaan we de bestrijding van exoten zoals de reuzenberenklauw weer oppakken.

Daslook. Foto: Ghita Pluymaeker

Leiden2022

Leiden EU City of Science 2022 is voor veel Leidse (vrijwilligers-)organisaties een mooie gelegenheid om aan de weg te timmeren. Op de dag over trek organiseerde VWG Cronesteyn een excursie in de vroege ochtenduren. IVN-werkgroep Cronesteyn gaat op de dag over biodiversiteit, zondag 22 mei, een hele reeks activiteiten organiseren. Als Stichting willen we graag iets organiseren op de dagen over exoten en duizendknoop.

Bestuur

Tineke Mook en Johan Hogendoorn zijn recent met hun werk als bestuurslid gestopt. Gelukkig is Gemma Boetekees bij het bestuur gekomen. Gemma werkt al vele jaren voor duurzaam bosbeheer en bosbehoud in de Forest Stewardship Council (het FSC-keurmerk voor hout en papier). Daar is ze nu vooral bezig met het ontwikkelen van een benadering om wereldwijd landschapsbewoners bij het duurzaam beheer van hun
boslandschappen te betrekken, ook in tropische landschappen. Gemma heeft een volkstuin in Cronesteyn gehad en is regelmatig in het polderpark te vinden.

Stichting Groen Cronesteyn is nu wel dringend op zoek naar nieuwe vrijwilligers voor het penningmeesterschap en de communicatie. Ben jij of ken jij iemand die zich graag op deze manier voor Cronesteyn wil inzetten? Dan horen we graag van je!

Gemeente aan de slag met projecten

Kees Vertegaal

Enkele jaren geleden is een nieuw beheerplan (download pdf, 50 MB) voor Cronesteyn vastgesteld. Naast het dagelijkse beheer omvat het plan ook grotere projecten, die zijn gericht op verbeteren van de biodiversiteit en op uitvoeren van achterstallig onderhoud. Vorig jaar is begonnen met de voorbereiding. Stichting Groen Cronesteyn overlegt hierover met groenmedewerkers van de gemeente.

De eerste maatregelen zijn afgelopen winter uitgevoerd: het weghalen van een aantal grote bramenruigten en de aanplant van een meidoornhaag. Na het broedseizoen worden de weidevogelgraslanden in het westelijk deel van Cronesteyn verbeterd door in een aantal sloten stuwtjes te plaatsen en drainages in het grasland dicht te stoppen. Hierdoor worden de weilanden in het voorjaar natter, wat gunstig is voor de weidevogels. Tegelijk wordt het pachtcontract met de biologische boer aangepast, o.a. om te zorgen dat er later wordt gemaaid. Daardoor hebben weidevogelkuikens meer tijd om op te groeien en uit te vliegen.

Gruttokuiken. Foto: Adri de Groot
Fotoboek ‘Grutto’ op Vogeldagboek

Ook wordt er een plan gemaakt voor het ‘verjongen’ van de hoge populieren rond het Reigersbos. Oude, vaak slechte bomen, waarvan er bij elke flinke storm een aantal omvallen, worden in stappen vervangen door nieuwe bomen. Tegelijk wordt in het westelijke deel van het Reigersbos een boomgaard aangelegd. Dat past mooi bij het agrarisch verleden van dit stuk Cronesteyn en is goed voor bijen.

In de komende jaren staan nog meer van dit soort projecten in de planning. We houden u op de hoogte.

Een mooie eerste dag als broedvogelteller bij Cronesteyn

Gerard Spaans

Begin februari dit jaar werd ik gebeld door Andrien. Polderpark Cronesteyn had namelijk nog behoefte aan nieuwe BMP-tellers voor Sovon (ed, BPM: Broedvogelmonitoring) en vanuit de vogelwerkgroep had iemand mijn naam als optie genoemd. Ik had het recentelijk nog jammer gevonden dat er naar mijn weten geen BMP-tellers nodig waren in de omgeving Leiden. Ik heb er dus geen seconde over getwijfeld: ik zei direct dat het mij erg leuk zou lijken. Ik ben vervolgens in het telrooster opgenomen en mijn eerste ronde stond gepland op zondag 27 maart, met Henny, aan de oostkant van het park.

Op de bewuste ochtend spraken we om 6:45 af op de spoorbrug. Bij het stallen van onze fietsen bij de parkingang bij het spoor, deed zich meteen een veelvoorkomend telprobleem voor: we hoorden een Winterkoning, maar zong deze net binnen of net buiten het telgebied? Eerst dachten we allebei dat de vogel in een boom achter het spoor zat, maar toen we iets dichterbij kwamen, merkte Henny dat de vogel toch aan ‘onze’ kant van het spoor zat. Onze eerste notatie was er!

We liepen verder langs de waterspeelplaats en terwijl we om de paar stappen een ‘nieuwe’ Winterkoning, Tjiftjaf of Roodborst noteerden, vertelde Henny over welke soort er de afgelopen jaren in welke struik gebroed hebben. Toen we door het Reigerbos liepen, vertelde ze dat er al jaren activiteit van Groene Spechten wordt waargenomen, maar dat er nog geen broedplaats is vastgesteld. Kort daarna hoorde ik de kenmerkende lacherige roep, dus ik riep gelijk: “Hee, een Groene Specht!”. Gelukkig herhaalde de specht zich voor Henny, maar het klonk vanuit de westkant van het park, dus niet in ons telgebied.

We liepen over het fietspad dat de oostkant van de westkant van het park scheidt en wilden aan de noordkant van het Reigerbos terug richting de waterspeelplaats lopen. Er zat echter een schattige Winterkoning op het pad te scharrelen. Ik vroeg of we even konden stoppen zodat ik kon proberen een foto ervan te maken. Terwijl ik hiermee bezig was, klonk de Groene Specht aan de westkant weer, maar nu dichterbij. De roep werd deze keer echter beantwoord door een Groene Specht die vanaf de waterspeelplaats onze kant op leek te komen! Die Winterkoning verloor compleet mijn interesse, want nu wilde ik natuurlijk te weten komen wat de spechten zouden doen. We bleven geconcentreerd staan voor de ingang van het bos, afwachtend wat er zou gebeuren. We hoorden de spechten dichterbij komen, naar elkaar toe. Steeds dichterbij. Degene uit het westen bereikte ons als eerste (#1) en landde tegen een boom aan het pad waarop wij stonden. Terwijl we de specht zochten (en vonden!), bereikte ook #2 ons vanuit het oosten. Deze zag ik landen twee bomen bij #1 vandaan. Terwijl ik probeerde ze allebei in de gaten te houden, lukte het om #1 op de foto te zetten. Op Foto 2 is een volledig zwarte wang te zien, dus dit is een vrouwtje. Toen ik #2 weer zocht, vloog deze op, gevolgd door #1, en ze verdwenen samen wat dieper het Reigerbos in, vanaf het pad richting zuidoost. Terwijl wij weer verder liepen, hingen ze nog samen rond om ons heen en we hebben nog minstens een half uur lang groenespechtengeroep gehoord afkomstig uit het Reigerbos. De scharrelende Winterkoning was inmiddels echter verdwenen, maar dat vond ik niet erg!

Mevrouw Groene Specht. Foto: Gerard Spaans

Ik ben mij er zeer bewust van dat wat wij waargenomen hebben, niets hoeft te betekenen; áls de spechten al willen broeden in Cronesteyn, hoeft dat natuurlijk zeker niet op de plaats te zijn waar we dit gedrag nu zo hebben opgemerkt. Het geroep klinkt bijvoorbeeld ook regelmatig uit de noordkant. Voor nu geeft onze waarneming wel goede hoop dat er een broedsel aan kan komen, alsmede een goede reden om dit gebied goed in de gaten te blijven houden!

Na deze mooie ontmoeting waren we klaar met het tellen van de boskant aan het zuiden en begonnen aan de open polder in het midden van het park. Ik kreeg een herkansing op een foto van een schattige Winterkoning, die op een brugleuning aan het zingen was. Verder was het voornamelijk ganzen tellen en proberen te bepalen hoeveel er daarvan een paartje waren.

Winterkoning op een brugleuning. Foto: Gerard Spaans

Als laatste bereikten wij de bosrand aan de noordkant. We vermaakten ons met een Tjiftjaf die veel sneller zong dan wij ervan gewend zijn. Die had blijkbaar nogal haast! Of hem dat ook een vrouwtje zal opleveren, zal de toekomst hem leren. Hij was in elk geval origineel ten opzichte van zijn soortgenoten. Toen we bij een iets opener stukje kwamen, vroeg ik: “Heb je die Merel al genoteerd die in die struiken daar verderop zingt?”. “Nee, nog niet, goed zo!” kreeg ik als reactie. Toen we iets dichterbij kwamen, zei Henny: “Is het niet een Roodborst die daar zingt?” De twijfel sloeg toe, maar we konden er even niet iets zinnigs van maken. Toen we nog verder naderden en vlakbij de struik stonden, begon de riedel opnieuw. Henny veerde op en riep enthousiast: “Nee, Zwartkop!”. Ja hoor, nadat je die zang maandenlang niet gehoord hebt, houd je er eigenlijk geen rekening mee en is het even wennen om het weer te horen, maar het was echt een Zwartkop. Voor ons beiden de eerste van deze lente! We probeerden hem te vinden, maar dat lukte niet.

We liepen verder en het gezang leek ons te achtervolgen. Op een gegeven moment vloog hij ons voorbij en ging in een laag open struikje zingen, op enkele tientallen meters naast ons. We raakten wederom helemaal enthousiast en toen we verder liepen, vloog hij nog iets verder met ons mee, tot aan het einde van het pad. Daar ging hij met vrij zicht in een boom zingen. Helaas zat het licht niet echt mee, maar hij was goed te bekijken. We spraken de hoop uit dat er snel een vrouwtje voorbij zou komen. Toen we langs de bosrand terugliepen richting de fietsen, zagen we zelfs nóg een mannetje Zwartkop tussen een groepje koolmezen.

Zingende Zwartkop. Foto: Gerard Spaans

Al met al kijk ik terug op een geslaagde eerste dag als BMP-teller in Cronesteyn: we hebben leuke soorten gezien en ik heb veel geleerd over de (mogelijke) broedvogels in het gebied. Ik kijk uit naar wat we allemaal nog mogen vaststellen tijdens de resterende teldagen. Ik heb er in elk geval vertrouwen in dat ik nog veel zal leren over het broedgedrag van de vogels in dit mooie gebied.

Hoe ging het deze winter met de vogels in Cronesteyn?

Edward Sodderland

De afgelopen zachte winter zal voor weinig vogels problemen hebben opgeleverd, afgezien dan van een grote hoeveelheid regen. Met als toegift in februari nog eens in korte tijd vier zware stormen. Aan de hand van de wintertellingen voor watervogels halen we een paar soorten voor het voetlicht.

Fluiten en gakken
Een aantal vogelsoorten kwam zonder problemen de winter door. De smienten waren in groten getale aanwezig. Zonder ze te zien weet je al dat ze er zijn als je hun onmiskenbare ‘fluiten’ hoort. Eind maart vertrekken ze weer naar hun broedgebieden. Grauwe ganzen waren eveneens ruimschoots aanwezig, maar met de telling in december werd er niet één geteld. Waren ze nu echt allemaal, toch al gauw tussen de 200 en 350 exemplaren, vertrokken naar grasland in de buurt waar het gras groener leek? In ieder geval telden we er in januari al weer ruim 200.

Allrounders in de polder
Behalve smienten en grauwe ganzen waren meerkoeten ook weer ruim vertegenwoordigd. Zij zitten qua aantallen landelijk nog steeds in de lift. Deze allrounders vallen voor de tellers erg op met hun zwartgrijze verenkleed en laten zich makkelijk tellen.

De meerkoet is een kampioen aanpasser, hij vindt zijn weg even makkelijk op open water als in de stadsgrachten. Op de meest onwaarschijnlijke plekken weten ze tot broeden te komen. Door hun wat plompe bolronde uiterlijk wekken ze niet de indruk goede vliegers te zijn, maar het tegendeel is waar. Vliegen doen ze vooral ’s nachts, want dat is veiliger, en daarbij kunnen ze grote afstanden afleggen. De meerkoeten die we ‘s winters in Cronesteyn zien zijn voor een deel onze ‘eigen’ meerkoeten, maar voor een ander deel kunnen het evengoed wintergasten uit Rusland en Zweden zijn.

Meerkoet. Foto: Femke Montagne

Fuutachtigen voor wie geduld heeft
Laten we ons vooral niet blind staren op de grote aantallen. In Cronesteyn is altijd wel een aantal futen te vinden, ook in de winter, en die zijn niet minder interessant. In januari en februari begint de paarvorming al en neemt de intensiteit van de balts toe. Dan is  hun  opvallende koptooi nog niet eens helemaal ontwikkeld. In het vorig jaar uitgekomen deel van uitgeverij Contact De fuut wordt nauwgezet beschreven welk gedrag futen in deze periode vertonen en hoe complex dit gedrag in elkaar zit. Als je er tijdens een wandeling even de tijd voor neemt, is er kans het nodige baltsspektakel te zien. Maar ook het opvliegen van een fuut is iets wat, net als bij de meerkoet, de aandacht trekt. Door de ver naar achteren geplaatste voeten lopen ze zeer onbeholpen en bij het opstijgen van water moeten futen, evenals meerkoeten, een lange aanloop nemen. Vanaf land opstijgen en landen is voor futen vrijwel niet mogelijk. Eenmaal in de lucht kunnen ze ook nog eens slecht manoeuvreren en dat kan ze een makkelijke prooi voor roofvogels maken. Reden genoeg om net als meerkoeten bij voorkeur ’s nachts te vliegen.

Baltsende Futen. Foto: Femke Montagne

Toevalstreffer
Af en toe wordt er in Cronesteyn een dodaars gezien, het kleinste fuutje van Nederland. Een toevalstreffer als je hem ziet. Een schuwe watervogel die snel onderduikt als  er gevaar dreigt, maar met een kijker is hij vanaf een afstand goed te observeren.

In zomerkleed zien ze er fantastisch uit met hun kastanjebruine hals en oorstreek en gele mondhoeken. Als we dit voorjaar hun baltsroep zouden horen, een opvallend hinnikend geluid ….., nee, weinig kans.

Dodaars. Foto: Laitche, CC BY-SA 4.0

Lentekriebels
Vorig jaar lukte het het sperwerpaar in Cronesteyn niet om succesvol hun jongen groot te brengen, maar inmiddels zijn ze weer waargenomen. Wie weet lukt het dit jaar wel. De lepelaars zijn terug uit het zuiden en maken aanstalten om te gaan nestelen. Reigers zijn al een tijd aan het broeden en laten zich horen met hun schorre kreten.

Sperwer. Foto: Femke Montagne

Dat hiermee lang niet alle waargenomen vogels in Cronesteyn gedurende deze winter aan bod zijn gekomen zal duidelijk zijn.

De oudste windwatermolen van Rijnland

Tineke Mook

Polderpark Cronesteyn bestond oorspronkelijk uit vier kleine polders, die in 1626 werden samengevoegd tot de Kleine Cronesteinse of Knotterpolder. Tot 1966 was dit Zoeterwouds grondgebied. In een van deze poldertjes stond al in het begin van de vijftiende eeuw een windwatermolen, de allereerste van Rijnland en mogelijk zelfs van heel Holland. Er waren al veel langer windmolens voor productie, maar nu werd de techniek in polders toegepast om het door inklinking opdringende water weg te malen.

Het was de heer van Huis Cronesteyn, ridder Floris van Alkemade, die op het gebied van waterbouwkunde deskundig was en het voortouw nam. Hij was een invloedrijk man die veel ambten kreeg toegewezen door Willem VI, graaf van Holland.

Kasteel Cronesteyn op een tekening van Roelant Roghman (1627–1692)

De locatie van Huis Cronesteyn was in het huidige landgoedbos, met de nog steeds herkenbare slotgracht. Heer Floris verkreeg de rechten op wind in Zoeterwoude in 1408, waardoor hij daar een molen kon exploiteren.

Deze windwatermolen stond ergens tussen het kasteel en de Meerburgerwetering, die loopt ten zuiden en parallel aan de A4. Over de precieze plek van dit wonder van vernuft tegen wateroverlast wordt nog gespeculeerd. (Bicker Caarten, A., 1990, blz. 28v.; Van der Vlist, E., 2004, blz. 44v.) Misschien wel op de plek waar later nog twee molens werden gebouwd.

Locatie op de polderkaart van W.H. Hoekwater uit 1901

Van de Kleine Cronesteinse polder is intussen nog maar 90 van de oorspronkelijke 120 hectare over, onder meer door de bouw en de recente uitbreiding van de A4. Laten we dit historisch belangrijke landschap koesteren en zo intact mogelijk houden voor de toekomstige generaties stedelingen.

Tips

Niet te missen nu de daslook bloeit: de daslookroute van IVN-werkgroep Cronesteyn.

Niet alleen in Polderpark Cronesteyn zitten de ooievaars weer op het nest, maar ook op de kinderboerderij in de Merenwijk. En daar hebben ze iets wat wij niet hebben: een ooievaarwebcam (pas op, verslavend!).

Op 6 en 7 mei kun je aan de Vleermuistuintelling meedoen.

Op zondagmiddag 8 mei organiseren de Vrienden van het Singelpark een middag over biodiversiteit in de Leidse parken, straten en waterlopen. Cultuurzaal Sijthoff, inloop vanaf 12.30, start 13u, 15u afsluiting en gelegenheid tot napraten. Sprekers: Helias Udo de Haes, Nienke Beets en Aaf Verkade. Aanmelding via programmeringsingelpark@gmail.com.

Op zaterdag 21 mei van 10 tot 12u organiseert Stichting Groen Cronesteyn i.s.m. de Tuin van de Smid een lezing door Dirk Jan Binnendijk: ‘Imkeren in Cronesteyn’.

De bijzondere film Nederland Onder Water is komende herfst op NPO te zien.