Nieuwsbrief Stichting Groen Cronesteyn
November 2021

Zalmzwam – foto: André Biemans

Eind augustus kregen we de eerste meldingen binnen dat er grote dode karpers in de sloten van het Polderpark dreven. Dat was nog maar het begin: in de weken daarna werden er door loonwerkers in opdracht van de gemeente in totaal 125 dode karpers uit het water gehaald.

Hoogheemraadschap Rijnland begon direct met het inlaten van meer water en met het meten van het zuurstofgehalte in het water. Verder werden er twee levende karpers gevangen voor onderzoek. Uit dat onderzoek bleek dat er geen virus of bacterie in het spel was. De zuurstofmetingen wezen uit dat zuurstofgebrek evenmin de oorzaak kon zijn, aldus het HHR. We weten dus eigenlijk nog steeds niets; het wachten is op conclusies en maatregelen van het HHR. Stichting Groen Cronesteyn maakte zich vorig jaar al zorgen over de waterkwaliteit in het park, het beheer en het in sommige sloten alarmerend hoge aantal Amerikaanse rivierkreeften. We blijven hierover in overleg met de gemeente en het HHR.

foto: Mirjam Akkerhuis

In juni vernamen we dat wethouder Dirkse een flinke subsidie had toegekend voor de bouw van een discgolfparcours in Cronesteyn. We wisten eerst niet eens wat dat inhield, maar schrokken behoorlijk toen bleek dat het een soort golfbaan is, maar dan met frisbees. Deelnemers moeten die over afstanden van 60 tot 120 meter in metalen manden gooien.

Wij vinden dat echt geen goed idee, in ieder geval niet in het polderpark. Er zouden dan 12 tot 18 holes worden aangelegd, met afwerpplaten en van die baskets. Het zou afbreuk aan het landschap doen en erg storend zijn voor andere bezoekers, en al helemaal voor vogels en andere dieren. En ook niet zonder gevaar: je zult maar zo’n ding tegen je hoofd krijgen! We doen er daarom alles aan om dit tegen te houden: brieven aan B&W en gemeenteraad, stukken in de krant, enzovoort. Als dat niet helpt willen we het via de rechter tegenhouden omdat het in strijd is met het bestemmingsplan. Het past trouwens ook niet in het nota bene door B&W zelf in 2019 vastgestelde beheerplan.

Over het beheerplan gesproken: de komende 1 à 2 jaar wordt er een aantal relatief ingrijpende projecten uit het plan uitgevoerd. Stichting Groen Cronesteyn wordt door de gemeente nauw betrokken bij de uitwerking van de plannen, wat we uiteraard zeer op prijs stellen. Een van die projecten is het verbeteren van de agrarische graslanden voor weidevogels, o.a. via hogere waterstanden, weghalen van te hoge bomen langs de randen en aanpassen van het agrarisch gebruik. Een ander plan is de herinrichting van het Reigersbos: stapsgewijs verjongen van de populierensingels, aanleg van een boomgaard, verplaatsen van de bijenstal en verleggen van het pad door het midden van het bos naar de rand (zodat er een groter rustgebied voor broedvogels ontstaat).

Onze groene vrijwilligers, de Natuurbeheergroep, zijn sinds de nazomer lekker bezig met o.a. het bestrijden van de reuzenberenklauw, springbalsemien en Japanse duizendknoop.

Weg met de Japanse duizendknoop
Snoeien in het Reigersbos

We hebben ook een recreatieveldje toegankelijk gemaakt dat was dichtgegroeid. Op dit moment ligt de nadruk op het verwijderen van opslag van de Noorse esdoorn uit het Landgoedbos. Dat is belangrijk om te zorgen dat jonge inheemse boompjes de ruimte krijgen en dat de volgende generatie bos niet uitsluitend uit Noorse esdoorn bestaat. In de loop van november gaat de Natuurbeheergroep zich weer op het gebruikelijke winterwerk richten: wilgen knotten en het beheer van hakhout en grienden.

Nieuwe vrijwilligers zijn van harte welkom! Er wordt op de vrijdagen van de oneven weken gewerkt. Aanmelding bij Johan Kieft via doeninpoldergroen@gmail.com

Uitrusten met koffie bij de Tuin van de Smid

Kees Vertegaal, C.L. Vermeulen

De Moerastuin, het soortenrijkste stukje Cronesteyn

De Moerastuin is een van de mooiste stukjes van Cronesteyn. Hij ligt in het noordoostelijk deel van het polderpark en is toegankelijk via twee houten boogbruggetjes. Er loopt alleen een onverhard pad door, van het ene bruggetje naar het andere, met een paar lussen. Het is een afwisseling van bloemrijke graslandjes, bosjes, (vrij veel) riet en sloten, heel natuurlijk en vaak ook lekker rustig.

De naam ‘Moerastuin’ is een beetje merkwaardig, want het is geen moeras en ook geen tuin. Natuurbeheerders noemen dit graslandtype ‘vochtig hooiland’ of ‘nat schraalgrasland’: bloemrijk grasland op een vochtige, voedselarme of matig voedselarme bodem, waar regelmatig wordt gehooid.

Vooral voor wilde planten is de Moerastuin een van de beste stukken van Leiden en omgeving. Er groeien prachtige soorten die je verder in en rond Leiden niet of nauwelijks zult tegenkomen.

Echte toppers zijn blauwe knoop, koningsvaren, rietorchis en grote ratelaar: niet alleen zeldzaam, maar ook mooi!

Andere bijzondere planten in de Moerastuin zijn waterdrieblad, wateraardbei, Spaanse ruiter, pijptorkruid, gewone waternavel, cranberry, hazenzegge en kamgras. Van deze soorten staan er vier (blauwe knoop, kamgras, waterdrieblad en Spaanse ruiter) op de landelijke Rode Lijst van zeldzame en bedreigde soorten.

Blauwe knoop – foto: Kees Vertegaal
Grote ratelaar – foto: Kees Vertegaal
Spaanse ruiter (juni 2013) – foto: Kees Vertegaal

Mede door de rijkdom aan planten zijn er in de Moerastuin ook veel insecten te vinden: allerlei dag- en nachtvlinders, bijen en hommels, libellen en juffers, sprinkhanen, te veel om op te noemen. Ook paddenstoelen zijn rijk vertegenwoordigd met o.a. een aantal soorten wasplaat. In de rietstrook langs de westrand broeden fuut, kleine karekiet, rietzanger, bosrietzanger en rietgors. Alles bij elkaar is de Moerastuin een echte hotspot van biodiversiteit, een stukje Leidse natuur om trots op te zijn en te koesteren.

Rietzanger – foto: Adri de Groot
vogeldakboek.nl
Rietgors – foto: Adri de Groot
vogeldagboek.nl

Helaas gaat het de laatste jaren niet zo goed met de Moerastuin. Riet, ruigteplanten als akkerdistel en braam, en spontaan opschietende bomen en struiken overwoekeren de bloemrijke graslanden. De ondiepe slootjes verlanden en de grond is te droog. Spaanse ruiter en hazenzegge zijn al jaren niet meer gezien. De belangrijkste oorzaken zijn achterstallig beheer, veroudering en stikstof die met de regen neerdaalt.

Te veel riet – foto: Kees Vertegaal

In overleg met de gemeente proberen we het beheer weer op orde te krijgen. Er wordt nu vaker gemaaid om het riet weer weg te krijgen (behalve op de oevers, waar het juist een belangrijke functie heeft).

Met een grote groep vrijwilligers hebben we vorig jaar het gemaaide riet met karren en kruiwagens afgevoerd. De vrijwilligers van de Natuurbeheergroep Cronesteyn halen stapsgewijs de bomen en struiken weg die op de verkeerde plekken zijn opgeschoten.

Opslag van zwarte els – foto: Kees Vertegaal

Dit moet allemaal geleidelijk gebeuren, waarbij steeds een beperkt deel wordt aangepakt. Planten en dieren kunnen zich daarna vanuit de delen die worden gespaard weer verspreiden naar de herstelde terreindelen. Hopelijk gaat de gemeente hier komende jaren voortvarend mee aan de slag en wordt er zo geïnvesteerd in de biodiversiteit van Leiden. Op die manier doet de stad haar status als een van de tien ‘BiodiverCities’ in Europa eer aan.

Kees Vertegaal

Het ontstaan van Polderpark Cronesteyn

Kaart van Rijnland, Floris Balthasar, 1615. Foto: Allard Pierson, UvA

De Kleine Cronesteynse of Knotterpolder is op 19 september 1626 ontstaan door juridische  samenvoeging van vier poldertjes: het Knotterpoldertje, het Wesenpoldertje, het poldertje van Panhuysen en het Hoypoldertje. De ingelanden van deze vier kleine polders wilden er één gemeenschappelijke polder maken met een gezamenlijke afwatering. De naam Cronesteyn — oorspronkelijk het landhuis op het eilandje in het Landgoedbos — is ontleend aan het geslacht Van Cronenburg.

De polder was tot de aanleg van het polderpark om de vroege jaren ’80 voor een groot deel in gebruik als weiland met twee boerderijen, een groentekwekerij, een tuinderij met kassen, enkele kleine tuinderijen en een kort daarvoor aangelegd volkstuinencomplex.

In de nota Vlietpark van september 1977 werd de polder genoemd als gebied om een recreatiepark te realiseren. Op 28 september 1981 verscheen de nota Planbeschrijving Polderpark Cronesteyn, opgesteld door de afdeling Plantsoenen van de dienst Gemeentewerken. De kosten voor de uitvoering waren voor 90% subsidiabel door Gedeputeerde Staten en het ministerie van CRM.

Het ontwerp, gemaakt door Evert Cornet, was gebaseerd op de uitgangspunten: recreatie aan de stadsrand, een park met landelijke sfeer, rijke flora en fauna, verantwoorde beplantingssamenstelling, behoud van het open karakter van het weidegebied met verdichting van de randen, behoud van historische waarden en handhaving van de veenweiden.

De directie Groen hield toezicht op de uitvoering van het plan, daarin bijgestaan door de Commissie Polderpark Cronesteyn (CPC). Deze commissie werd op 20 april 1983 geïnstalleerd. De eerste fase van de werkzaamheden werd uitgevoerd door het aannemersbedrijf Koop Tjuchem. Deze fase werd in juli 1983 afgesloten. De tweede fase, die tot eind 1984 liep, werd uitgevoerd door aannemingsbedrijf J. Seignette. In beide fasen werd grondwerk verricht, sloten gegraven, voet- en fietspaden aangelegd, bruggen gebouwd en de eerste aanplant verzorgd. De firma Kuipers verzorgde de beplanting.

In 1987 werden de eerste schooltuinen in gebruik genomen. In 1988 werd op het schooltuincomplex een leslokaal gerealiseerd. Dit kreeg de naam Akkerdistel. Verder werd er in 1987 een kampeerterrein met twee trekkershutjes opgezet.

In 1996 opende GroenLinks-wethouder Jan Laurier het activiteitencentrum annex theehuis naast het Reigersbos. In 2013 werd het terrein aan Barbera en Sjaak van de Geijn verpacht en openden zij de Tuin van de Smid, nog altijd het gezellige hart van een veelzijdig en prachtig polderpark.

Johan Hogendoorn, met dank aan Sjaak van de Geijn

Verslagje IVN-excursie: vleermuizen in Cronesteyn

IVN-werkgroep Cronesteyn houdt regelmatig activiteiten en excursies (je vindt ze ook in de agenda). Zo gingen eind augustus vier groepjes onder leiding van IVN-gidsen de Cronesteynse nacht in, elk gewapend met een bat-detector.

Ruige dwergvleermuis
Foto: Mnolf – CC BY-SA 3.0

Bij het Reigersbos zagen en hoorden ze verschillende soorten, waaronder de gewone en de ruige dwergvleermuis. Verderop ook de laatvlieger en de rosse vleermuis. Tenslotte liet ook de meervleermuis zich nog horen, dankzij de bat-detector. Elke soort heeft een min of meer kenmerkend geluid dat hoger is dan de mens kan horen. Hoewel… het apparaat registreert ook de geluiden van sprinkhanen. En de kinderen in het gezelschap konden die hoge tsjirpjes ook in het echt nog wel horen! Voor de liefhebbers: die van de grote groene sabelsprinkhaan en de struiksprinkhaan.

Ga zelf ook eens op zoek naar vleermuizen in Cronesteyn in de schemering, het kan nog totdat ze in de loop van november in winterslaap gaan. Trouwens, als je er oog voor hebt kun je ook in je eigen buurt bij redelijk weer vleermuizen op rondvliegende insecten zien jagen. Met een beetje geluk wonen ze in je eigen spouwmuur!

Tineke Mook

De vogels van Polderpark Cronesteyn in 2021

De bomen in Cronesteyn verkleuren langzaam dit jaar, maar de smienten zijn er al! Je kunt ze horen fluiten in de westelijke weilanden. Bij de eerste wintertelling, half oktober, waren het er 70 en het zullen er wel weer een paar honderd worden deze winter. Verder hoorden we in oktober sijsjes, kepen en kwikstaarten in het park. En natuurlijk standvogels als de grote bonte specht, boomkruiper, roodborst en halsbandparkiet.

Smienten – foto: Sandra Dehue

Afgelopen voorjaar moesten we constateren dat de kolonie blauwe reigers tot 35 bewoonde nesten is geslonken. Dat hadden we ook wel verwacht na de gemene vorstperiode in de nawinter. De afgelopen jaren schommelde het aantal bezette nesten rond de 50. Diezelfde vorst heeft ook onze ijsvogels de das om gedaan: nul territoria dit jaar. Gelukkig is er recent wel weer eentje gezien, dus we hebben goede hoop voor de lente.

Tot ons verdriet hadden we ook al geen ransuilen dit voorjaar, geen braamsluipers, minder wilde eenden (wat helaas met de landelijke trend overeenkomt) en veel minder fitissen dan anders.

Daar staat tegenover dat de boerenzwaluwen in de hooiberg van de Tuin van de Smid het heel goed doen, met dit jaar 7 nesten. Weliswaar waren het er in 1989 nog 15, maar 7 is een stuk beter dan het de laatste twintig jaar is geweest. Ook de bosrietzanger zit in de lift, met 8 territoria. En over de 2 territoria van de koekoek zijn we enorm tevreden, al denken de kleine karekieten en andere waardvogels daar vast heel anders over…

In het vroege voorjaar zijn er 3 gruttoparen gespot en uiteindelijk mochten we 2 territoria noteren. We weten dit keer niet of ze erin geslaagd zijn kuikens groot te brengen. Als ze met zo weinig zijn, is het verdedigen van de jongen tegen kraaien, buizerds, reigers enz. een hachelijke zaak. De grutto’s konden dit jaar wel rekenen op de hulp van 3 paar kieviten, 5 paar scholeksters en 1 paar tureluurs.

De sperwers die al een jaar of wat in het park broeden, hadden dit jaar pech: een van de kuikens werd dood onder de boom gevonden en het andere was ook verdwenen. Het is gissen naar de oorzaak.

Halsbandparkiet – foto: Mirjam Akkerhuis
Grote Canadese gans – foto: Sandra Dehue
Sperwer – foto: Sandra Dehue

In het Landgoedbos was het één groot lepelaarfestival deze zomer: er waren minstens 11 bewoonde nesten en de laatste kuikens waren tot in september te horen. Het kuiken dat half mei uit het nest was gevallen en naar het Vogelasiel Regio Leiden gebracht, is daar voorspoedig opgegroeid en naar Vogelopvang De Wulp in Den Haag verhuisd toen het meer ruimte nodig had. Daarvandaan is het beestje eind juni losgelaten bij een groep lepelaars in Delft. Hopelijk is het goed gekomen. Donaties voor beide vogelasiels zijn meer dan welkom!

foto: Sandra Dehue

Met de grauwe, Canadese en boerenganzen in het Polderpark gaat het uitstekend, al denkt biologische boer Jan van Dorp daar anders over. Hij pacht al jaren de westelijke graslanden en ziet de toename van het aantal ganzen met lede ogen aan omdat ze van zijn gras eten. Stichting Groen Cronesteyn vindt dat hij daar dan ook compensatie voor behoort te krijgen, zodat hij zich niet gedwongen voelt de ganzen (en grutto’s, hazen enz.) te verstoren.

Grauwe ganzen – foto: Mirjam Akkerhuis

Over hazen gesproken: VWG Cronesteyn telt tegenwoordig ook de zoogdieren in het park 🙂 De hazen lijken het op het moment best goed te doen en daarnaast zijn er in elk geval egels, vossen, wezels en bunzings. En diverse soorten muizen natuurlijk, maar die krijg je niet zomaar te zien. De aanwezigheid van vossen is vooral af te lezen aan de onthoofde muskuseenden bij de Tuin van de Smid en de vermiste kippen van Gemiva. Over (helaas ook overreden) wezels en bunzings krijgen we af en toe meldingen van wandelaars.

VWG Cronesteyn heeft op dit moment tien leden en verwelkomt graag nieuwe tellers die de algemene zangvogels al op geluid kunnen herkennen.

C.L. Vermeulen