Broedseizoen 2023 met Vogelwerkgroep Cronesteyn

Vogels kijken blijft spannend, zelfs in een gebiedje dat je als je broekzak kent. Zouden we volgend jaar weer ijsvogels hebben? En zouden de sperwers dan wèl tot broeden komen? En hoe zou het verder met de grondbroeders gaan nu er vossen zijn?

Cetti’s zanger meldde zich eind vorig jaar voor het eerst en is gezellig blijven hangen. Het werd eens tijd, want dit luidruchtige zangvogeltje (dat door de klimaatverandering steeds verder naar het noorden komt) had zich al overal in de buurt gevestigd. Zoals de naam al doet vermoeden is Cetti’s zanger naar een Italiaan genoemd: de achttiende-eeuwse Jezuïet Francesco Cetti.

drie jonge boerenzwaluwen onder het plafond in een gebouw

Al doen we nog zo ons best met acht vroege ochtendbezoeken plus een paar aparte watervogelrondes, een speciaal bezoek aan De tuin van de smid (heel vervelend) voor de boerenzwaluwen, twee nachtelijke uilenrondes en natuurlijk de kolonietellingen voor de blauwe reiger en de lepelaar: het blijft een steekproef en we missen echt weleens wat. Dat hoort ook bij de methode, het voornaamste is dat er elk jaar op dezelfde manier wordt geteld en dan krijg je toch een betrouwbare reeks. Daarbij gaat het om het vaststellen van territoria, dus het zegt niets over broeden (laat staan broedsucces) en ook niet over welke soorten er in het park foerageren.

Het algoritme dat SOVON op onze gegevens loslaat geeft soms andere resultaten dan je zou willen. Zo mochten we dit jaar geen gruttoterritorium noteren, terwijl er wel een aantal weken een paar is geweest dat zich territoriaal gedroeg. Het aantal schommelt al jaren rond de 1 à 2 territoria voor de grutto. Voor de kievit was het de afgelopen vijf jaar steeds 1 à 3 (dit jaar 2), voor de scholekster 3 tot 5 (dit jaar 3), voor de tureluur 1 à 2 (dit jaar 1). Voor de koekoek hanteert SOVON heel andere regels dan voor de grutto, want die ene keer dat we een koekoek hoorden is gelijk door het algoritme tot een territorium gebombardeerd. Toch leuk, want die hebben we lang niet ieder jaar. Maar toen we de interpretatie van de waarnemingen nog zelf deden, op papieren soortkaarten, hadden we er wel meer greep op.

Tot slot nog even over de grondbroeders. Het is bekend dat de fazantenstand rap achteruitgaat als er vossen zijn en Polderpark Cronesteyn is daar geen uitzondering op. De vorige jaren waren er meestal zo’n 14 territoria, met een uitschieter naar 21. Dit jaar blijft de teller op 7 staan. Overigens doen de krakeend en grauwe gans het nog wel heel goed, dus het zegt niet alles. De tjiftjaf en de fitis broeden ook op of vlak bij de grond, maar slagen er blijkbaar goed in hun locatie geheim te houden: de fitis is stabiel op ca. 5 tot 8 territoria en de tjiftjaf is de laatste zes jaar zelfs toegenomen van rond de 30 naar rond de 40.

Na het broedseizoen komt Werkgroep Roofvogels Rijnland tegenwoordig de nestkasten voor bos-, kerk- en steenuil en torenvalk controleren en schoonmaken. Ze worden nog niet door de soorten gebruikt waar ze voor bedoeld zijn, maar wie weet volgend voorjaar?

VWG Cronesteyn

Twee fazantenhanen: glanzend donkergroene kop, rood aan de zijkant, witte halsring, lijf en vleugels verschillende kleuren bruin met zwarte vlekjes
Twee fazantenhanen, foto: Adri de Groot (vogeldagboek.nl)
klein grijsbruin vogeltje met iets lichtere buik en puntig snaveltje, zit op een paal  met veel mos erop
Tjiftjaf, foto: Adri de Groot (vogeldagboek.nl)